Agrifoodketen lanceert online rekenmodel
Gezamenlijk vertrekpunt voor toekomstscenario's

De duurzaamheidstransitie van de agrifoodsector vereist vernieuwingen 'van grond tot mond'. Het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT) initieerde het 'Fascinating'-programma om samen met partners de landbouw en voeding van de toekomst vorm te geven. Recent werd met het Agri-food-nature Transition Model (ATM) een online en gratis te gebruiken rekentool gelanceerd.
Nieuw rekenmodel
Draai samen aan de knoppen, verken verschillende routes naar een gebalanceerd voedingssysteem en voer een discussie gebaseerd op feiten. Dat is in een notendop wat je met het Agri-food-nature Transition Model (ATM) kunt. Het ATM werd ontwikkeld door consultant Kalavasta, op initiatief van en in samenwerking met verschillende partijen in de agrifoodsector. Na een ontwikkel- en testfase van drie jaar is het model nu beschikbaar.
Deze online en gratis te gebruiken rekentool baseert zich op tal van bronnen waarmee de samenhang tussen landbouw, voeding en natuur inzichtelijk wordt. "We hebben met dit model in feite een gemeenschappelijke taal kunnen ontwikkelen", vertelt Rob Terwel. Hij is een van de partners van Kalavasta, die eerder al het Carbon Transition Model en Energy Transition Model ontwikkelde voor de industrie- en energiesector.
Fascinating (zie verder) is de paraplu geweest waaronder het ATM-model gestalte kreeg. En dat was geen eenvoudige opgave. Terwel: "Dit gaat echt om het zwaardere scenariowerk. Waar industrie een moeilijkheidsgraad had van 100, hebben we voor Food en Agri te maken met een moeilijkheidsgraad van wel 500." Dat heeft te maken met de samenhang in het systeem.
"Samenwerken aan een gezamenlijke visie is wat de sector nodig heeft"
Samenhang in het systeem
De rekentool is dus in staat om toekomstscenario's te schetsen en de effecten van verschillende (verduurzamings)keuzes- en routes te verkennen. Wanneer de melkveestapel bijvoorbeeld wordt verlaagd tot 70% van de huidige omvang, heeft dat een positief effect op het gebruik van energie en de uitstoot van CO2. Maar ook wordt onmiddellijk een mesttekort en de omvang daarvan zichtbaar. Dat betekent dat er, wanneer de overige omstandigheden gelijk blijven (en er dus evenveel mest gebruikt wordt), mest moet worden geïmporteerd. "Het laat zien dat er een wisselwerking is en dat je die discussie dus moet voeren. Ingrijpen in het systeem is geen one size fits all", aldus Terwel.
Model al in gebruik
Inmiddels is het model al gebruikt. Zo gebruikte belangenorganisatie Meststoffen Nederland het model om de gevolgen van het afschaffen van de derogatie (een verruiming van de hoeveelheid mest die boeren op het land mogen uitrijden) door te rekenen. Ook is het systeem ingezet voor het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) om het klimaatbeleid door te rekenen en is het ook voor Urgenda een bron geweest om hun toekomstvisie vorm te geven.
Fascinating-programma

ISPT initieerde Fascinating samen met een aantal andere coöperaties als open test- en innovatieprogramma dat boeren, bedrijven, kennisinstellingen en de gemeenschap met elkaar verbindt om een duurzaam, circulair landbouwsysteem te realiseren. Zo'n systeem ondersteunt een gezond dieet, is in balans met de natuur, heeft een gesloten stikstofsysteem en is vrij van CO2-uitstoot. Tegelijkertijd zorgt het voor een sterke, toekomstgerichte agrifoodsector.
Zo wordt binnen Fascinating geëxperimenteerd met regeneratieve landbouw, de teelt van nieuwe eiwitgewassen, onderzoek naar gezonde voedingsstoffen en het verwerken van reststromen. Vanuit de coöperaties zijn inmiddels ongeveer 35 boeren en telers binnen verschillende projecten al bezig met experimenten die bijdragen aan een verdere verduurzaming van de landbouw en een toekomstbestendig verdienvermogen.
ISPT-directeur Tjeerd Jongsma is trots dat agrifoodpartijen Agrifirm, Avebe, LTO Noord, Cosun, Friesland Campina en Rabobank zich onlangs hebben gecommitteerd aan een manifest waarin de uitgangpunten verwoord zijn. Hij verwacht een belangrijke volgende stap te kunnen zetten in de regio Groningen, waar via het Nationaal Programma Groningen geld beschikbaar is om de economische activiteit in Groningen te versterken. "Wij denken dat de agrifood- en eiwittransities daar een belangrijke rol in kunnen hebben. Maar het zal niet bij Groningen blijven: dit is voor heel Nederland van belang. Vanuit Groningen maken we gebruik van de aanwezige kennis en bedrijvigheid in de rest van Nederland. Nu gaan we verder bouwen en het onderwijs, MKB en overheden betrekken bij deze transitie. Samenwerken aan een gezamenlijke visie is wat de sector nodig heeft", aldus Jongsma.
Meer info: Manifest voor een gezond en duurzaam landbouw- en voedselsysteem
